Hoe zit dat fiscaal met bedrijfsmotoren en bedrijfsfietsen?

 


Meer en meer ondernemingen overwegen in samenspraak met hun personeel over te gaan tot de aankoop van een motor of bedrijfsfiets. Reden hiervan is dat bedrijfswagens fiscaal minder aantrekkelijk zijn geworden door de fiscale aftrekbeperkingen maar ook ingevolge de toenemende brandstofkosten en de alsmaar groter wordende files. Welke zijn de fiscale gevolgen?


Aftrekbaarheid van de kosten

Zowel de investering (de aankoop van de motor of de fiets) als de kosten die ermede verband houden zoals de verkeersbelasting, de verzekering, het onderhoud en de brandstofkosten, zijn fiscaal volledig aftrekbaar. Dus geen fiscale beperkingen zoals dit voor bedrijfswagens het geval is.

Ook de specifieke motorkledij, aangekocht in een motorspeciaalzaak, komt voor de aftrek in aanmerking. Een gedetailleerde factuur die deze aankoop rechtvaardigt, is wel een belangrijke voorwaarde waaruit moet blijken dat het om die specifieke kledij gaat.

Voor de aankoop van een fiets en de specifieke fietskledij gaat de wetgever nog een stapje verder. Deze kunnen zelfs voor 120% in de kosten worden gebracht. Dit geldt eveneens voor de kostprijs voor de inrichting van een fietsenstalling en kleedruimtes of sanitair die ter beschikking gesteld worden aan werknemers die met de fiets naar het werk komen.

De investering zelf kan worden afgeschreven op drie tot vijf jaar.


Een te weerhouden fiscaal voordeel voor het gebruik van een motor

In tegenstelling wat voor bedrijfswagens geldt, wordt het voordeel berekend op zijn werkelijke waarde ingevolge het privatief gebruik ervan.

Voorbeeld: indien een werknemer met de motor 10.000 km aflegt waarvan 3.500 km privatief, dan is het voordeel gelijk aan 35% van de totaal geboekte kosten inclusief de afschrijvingen. Uit dit voordeel dient 21% aan btw onttrokken te worden gezien de btw op de aankoop van de motor en de kledijkosten volledig in aftrek werd gebracht. Dus ook hier geen fiscale beperking van 50% zoals dat geldt voor personenwagens.


Geen fiscaal voordeel voor het gebruik van een fiets wel voor de RSZ

Fiscaal wordt geen voordeel weerhouden voor het privatief gebruik ervan. Evenwel ziet de RSZ dat anders! Voor deze instantie blijft het ter beschikking stellen van een fiets voor privatief gebruik onderworpen aan de RSZ. De sociale zekerheidsbijdragen moeten berekend worden op de reële waarde van dit voordeel. Er gelden geen forfaitaire waarderingsregels voor dit voordeel.

Voorbeeld: Een fiets met een aankoopprijs van 600 EUR inclusief BTW wordt afgeschreven door de onderneming op 5 jaar. De specifieke fietskledij, aangekocht voor 150 EUR inclusief btw, wordt afgeschreven op drie jaar.  Bijgevolg bedragen de kosten 120 EUR + 50 EUR per jaar ofwel 14,17 EUR per maand.

Stel dat een werknemer die fiets voor 30% gebruikt voor het werk en 70% voor privé doeleinden (woon-werkverkeer en loutere privé verplaatsingen). Het voordeel dat de werknemer in natura elke maand fictief ontvangt kan als volgt worden berekend: 14,17 EUR x 70% = 9,92 EUR per maand.

De RSZ bijdragen zullen aldus worden berekend op 9,92 EUR (prijs inclusief btw).

Gelet op de fiscale vrijstelling, kan worden verwacht dat in de toekomst de RSZ ook hierbij haar regels zal wijzigen naar een RSZ-vrijstelling. Indien de bedrijfsfiets uitsluitend wordt gebruikt voor dienstverplaatsingen is geen RSZ verschuldigd.


Bijkomende voordelen verbonden een bedrijfsfietsen

Buiten de gratis ter beschikkingstelling van een bedrijfsfiets mag de werkgever daarbovenop ook nog een belastingvrije fietsvergoeding toekennen van 0,21 EUR per km zoals in de regeling met de “eigen fiets”. Deze bijkomende belastingvrije vergoeding is volgens de memorie van toelichting een compensatie voor bijvoorbeeld bijkomende kosten van kledij. Uiteraard kunnen de kosten van de specifieke kledij dan niet meer gedragen worden door de werkgever.

Hierop zijn door de werkgever geen sociale bijdragen verschuldigd. Er geldt geen beperking tot een bepaald maximum aantal km per dag.

De bovengenoemde regels wijzigen niet indien de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets en een eventuele fietsvergoeding samengaat met de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. Het is wel van belang dat ten minste een (klein) gedeelte van het woon-werkverkeer in dat geval op regelmatige basis met de fiets wordt uitgevoerd.


Conclusie

De motor of de fiets zijn een volwaardig alternatief voor een bedrijfswagen. Naar verluid zou meer dan 80% van het personeel binnen een straal van 10 km wonen van de werkplaats of dicht bij een station. Denken we bij dit laatste geval aan de combinatie met het openbaar vervoer (trein + fiets)!  

Ook de elektrische fiets en de vouwfiets maken het fietsen comfortabel en leuk. Zelfs is het leasen van een fiets mogelijk geworden wat het alsmaar budgetvriendelijker maakt.

Tenslotte draagt de terbeschikkingstelling van een fiets bij tot het leefmilieu (geen CO² -uitstoot), de mens (zijn gezondheid) en het bedrijf (budgetvriendelijker) binnen het kader van het maatschappelijk verantwoord ondernemen.


Luc Lingier
Accountant, belastingconsulent en vermogensplanner





Inschrijven op onze nieuwsbrief:


© Luc Lingier - Niets uit deze teksten en artikels mag worden verveelvoudigd in enige vorm of wijze zonder voorafgaande toestemming van de auteur.